Wanneer ben je hoogbegaafd sensitief?

“Een hoogbegaafde is een nieuwsgierig, sensitief en emotioneel mens. Hij of zij is een snelle en slimme denker, die complexe zaken aankan. Verder is hij of zij autonoom, gedreven van aard en intens levend. Hij of zij schept plezier in creëren.”

Hoogbegaafdheid is iets anders dan alleen heel intelligent zijn. Vanuit mijn kennis en praktijkervaring wil ik eerst een beeld geven van drie modellen die inzicht bieden in hoe de aanwezige hoogbegaafde potenties, wel of niet, zichtbaar worden door de omgevingsfactoren en persoonlijke kenmerken. Het zijn de modellen van Renzulli-Mönks, Heller en Kieboom.

Het model Renzulli – Mönks

Het model geeft weer dat er sprake is van hoogbegaafdheid als er een combinatie gevonden wordt van: 1. een hoge intelligentie gecombineerd met 2. een creërend denkvermogen (creatief, probleemoplossend, vindingrijkheid) én 3. taakgerichtheid (focus). Dit snijvlak kan ontstaan, mits de omgeving ondersteunend is in de ontwikkeling hiervan. De omgeving is het gezin, de school en zijn de peers (vrienden).

Monks Renzulli

Het model Heller

In dit model wordt weergegeven dat de begaafdheidsfactoren kunnen resulteren in hoogbegaafde prestaties, mits de omgeving ondersteunend is in de ontwikkeling van deze bovengemiddelde potenties én ook de (niet-cognitieve) persoonskenmerken zich daarin ondersteunend ontwikkelen.

hellerWat goed tot uiting komt in deze modellen is het feit dat een aanwezig potentieel talent alleen niet voldoende is. De omgevingsfactoren en de ontwikkeling van een aantal (niet-cognitieve) persoonlijke kenmerken bepalen of hoogbegaafde prestaties ook zichtbaar worden.

Als de school- of thuis omgeving niet ondersteunend is aan het ontwikkelen van deze specifieke potenties, dan is de kans kleiner dat prestaties op hoogbegaafd niveau zichtbaar worden.

Als de persoon last heeft van faalangst, stress, een externe locus of control, geen motivatie heeft en/of geen goede werk- en leerstrategieën hanteert, ook dan is de kans kleiner dat hoogbegaafde prestaties zichtbaar worden.

Bij een niet ondersteunende omgeving en persoonskenmerken kunnen problemen ontstaan in het zelfbeeld, onderpresteren, laag welbevinden en zelfs depressie. De persoon kan immers zijn potentieel niet waar maken en er is vaak sprake van aanpassing. Zijn of haar  behoeftes en gevoelens krijgen geen ruimte en de persoon kan niet zijn wie hij of zij is.

Eén kenmerk komt ook steeds duidelijker naar voren uit diverse onderzoeken: het kenmerk van de hoge sensitiviteit die aanwezig is bij hoogbegaafden. Tessa Kieboom maakt dit zichtbaar in haar model.

Model Kieboom – cognitief luik en zijnsluik

ZijnsluikZijnsluik 2

Hoogsensitiviteit is zeer kort door de bocht een eigenschap van bovengemiddeld waarnemingsvermogen. Dit waarnemen kan zijn: zien, ruiken, voelen, proeven, horen. De term is jaren geleden geïntroduceerd door psychologe Elaine Aron.

Maar de sensitiviteit kan zich ook anders uiten namelijk in de zogenoemde overexcitabilities. Dit zijn de bovengemiddelde psychomotorische gevoeligheid, de emotionele gevoeligheid, de sensuele gevoeligheid, de verbeeldingskracht en de intellectuele gevoeligheid (leerhonger).

De psycholoog / psychiater Kazimierz Dabrowski heeft veel onderzoek en werk verricht op dit vlak over (hoog)begaafde personen. Zijn bevindingen geven aan, dat met name de emotionele, de beeldende en de intellectuele gevoeligheid van belang zijn voor de ontwikkeling naar hoogbegaafde prestaties. En soms kunnen de andere twee gevoeligheden, de psychomotorisch en de sensuele gevoeligheid, daar verstorend in werken.

De vijf overexcitabilities:

1. Emotioneel: empathie, intens voelen, inlevingsvermogen (mens / dier / wereld), existentiële angsten over leven en dood.
2. Intellectueel: de wil om te weten
3. Beeldend: voorstellingsvermogen, creativiteit, vindingrijkheid, probleemoplossend vermogen, humor
4. Sensueel: sterke zintuiglijke ervaringen (horen, zien, proeven, ruiken, voelen), intense sensorische ervaringen, prikkelgevoeligheid
5. Psychomotorisch: bewegelijkheid, energiek, dynamisch

‘Gifted children are often driven to learn.
The drive is emotional, the ability to learn is cognitive.” A. Roeper

Mijn keuze tot definitie

Om hoogbegaafdheid te verwoorden kies ik op basis van literatuur, onderzoek en alle ontmoetingen met hoogbegaafde leerlingen & volwassenen voor de volgende definitie:

“Een hoogbegaafde is een nieuwsgierig, sensitief en emotioneel mens. Hij of zij is een snelle en slimme denker, die complexe zaken aankan. Verder is hij of zij autonoom, gedreven van aard en intens levend. Hij of zij schept plezier in creëren.”

Bron: ir. Maud Kooijman-van Thiel, Hoogbegaafd. Dat zie je zó!

Tot slot: het informatiepunt Onderwijs & Talentontwikkeling geeft helder aan dat er geen vaste definitie van hoogbegaafdheid bestaat. Ongeveer 10% van alle leerlingen laat kenmerken zien die kunnen duiden op (hoog)begaafdheid.  De werkdefinitie die het informatiepunt hanteert, is consistent met de belangrijkste aspecten, waarover in de meest bekende theorieën en modellen consensus bestaat, of waarin zij elkaar aanvullen:

  • (Hoog)begaafde leerlingen beschikken over een in aanleg aanwezig potentieel om tot uitzonderlijke prestaties te komen, behorend bij de beste 10%, op één of meerdere begaafdheidsgebieden
  • De ontwikkeling van talent is een langdurig en dynamisch proces. Zowel persoonlijkheidseigenschappen als de interactie met de omgeving zijn mede bepalend voor de mate waarin het aanwezige potentieel tot zijn recht komt (Mönks, Heller en Gagné)
  • Een (hoog)begaafde leerling beschikt over een hoge intelligentie in combinatie met een creatief denkvermogen (Renzulli, Mönks, Sternberg)
  • Daarnaast is er sprake van een intrinsieke motivatie (doorzettingsvermogen) om een taak te volbrengen wat zich onder andere uit in een sterke gedrevenheid wanneer iets hun interesse heeft (Renzulli, Mönks)
  • (Hoog)begaafdheid is domeinspecifiek (Gardner, Heller en Gagné)
  • (Hoog)begaafdheid is geen eendimensionaal begrip dat is uit te drukken in een criterium als een IQ “score” > 130. Een hoge score is wel een sterke indicatie van een hoge intelligentie, maar een lagere score sluit dit niet uit. (Hoog)begaafdheid omvat in ieder geval meer dan een hoge intelligentie en intelligentie omvat meer dan een IQ test meet (Gardner, Sternberg)
  • Op een gemiddelde populatie heeft 10% van de leerlingen kenmerken die kunnen duiden op (hoog)begaafdheid (Mönks, 1995), waaronder indicaties die duiden op een hoge intelligentie*.
    Bron: Talent Stimuleren – informatiepunt Onderwijs & Talentontwikkeling

IQAls u behoefte heeft aan meer kenmerken en lijsten, dan kunt u de informatie downloaden op de pagina Infotheek.